Pensioen voor de zelfstandig ondernemer

Voor het opbouwen van pensioen heb je als zelfstandig ondernemer een aantal mogelijkheden:
1. Zelf sparen of beleggen
2. Fiscale oudedagsreserve
3. Lijfrenteverzekering
4. Banksparen
5. ZZP Pensioen

1. Zelf sparen of beleggen
Je kunt natuurlijk zelf sparen of beleggen (in privé) voor een toekomstig pensioen. De flexibiliteit is hierbij een groot voordeel, maar je loopt hierbij wel diverse fiscale voordelen mis. En het risico bestaat dat je op enig moment in de verleiding komt om een deel van het opgebouwde vermogen al vóór de pensioendatum te besteden. Het zou jammer zijn als de ‘pensioenpot’ dan later leeg blijkt te zijn. Als je nu (een deel van) je hypotheek aflost, heb je later lagere vaste lasten én vermogen (in stenen!) opgebouwd. Dat kun je ook zien als een vorm van pensioen.

2. Fiscale oudedagsreserve
Van de behaalde winst mag je jaarlijks een bepaald bedrag boekhoudkundig reserveren, dat je kunt gebruiken als oudedagsvoorziening. Over dit bedrag dat je reserveert, hoef je nu geen belasting te betalen. Hierdoor blijft er geld beschikbaar voor je onderneming of om privé (tijdelijk) tegenvallers op te vangen. De belasting over dit bedrag moet je later nog wel betalen. Je kunt ook in een later jaar een opgebouwde oudedagsreserve overmaken naar een (geblokkeerde) bankspaarrekening voor wat meer zekerheid.

Voor het opbouwen van een fiscale oudedagsreserve (FOR) moet je in 2017 aan een aantal voorwaarden voldoen:
– Je dient te voldoen aan het urencriterium voor zelfstandigen (1.225 uur per jaar).
– Je mag maximaal 9,8% van de winst toevoegen met een maximumbedrag van € 8.946.
– Jouw onderneming moet wel winst maken, bij verlies is geen toevoeging mogelijk.
– De totale oudedagsreserve mag niet hoger zijn dan je ondernemingsvermogen.
– De stand van de opgebouwde reserve moet op de balans vermeld worden.

3. Lijfrenteverzekering
Met een lijfrenteverzekering bouw je door een eenmalige of periodieke premie met privégeld een eindkapitaal op. Het is ook mogelijk de premies te laten beleggen, waarmee de hoogte van de uitkering mede afhankelijk is van de beleggingsresultaten.

Bij een aantoonbaar pensioentekort is de lijfrentepremie aftrekbaar voor de inkomstenbelasting. Voor de berekening van de ruimte voor de lijfrenteaftrek (jaarruimte) is het inkomen en de pensioenaangroei van het voorafgaande kalenderjaar bepalend. Hierbij geldt in 2017 de formule:
(0,138 x premiegrondslag) – (6,5 x A) – F – S

Waarbij:
– Premiegrondslag: winst uit onderneming (vóór ondernemersaftrek) minus de AOW franchise à € 12.032 (2017).
– A: Aangroei van pensioenaanspraken. Van deze “Factor A” verstrekt het pensioenfonds jaarlijks een opgave op het Uniform Pensioenoverzicht (UPO).
– F: Netto toename FOR.
– S: vrijwillige bijdrage op een pensioenregeling, waarvoor bedrijfsspaargelden zijn gedeblokkeerd.

De premiegrondslag is gemaximeerd is op een bedrag van € 91.285 (2017). Daarmee komt de maximale aftrek dus uit op een bedrag van 13,8% x € 91.285 euro = € 12.598.

Een ondernemer met een winst uit onderneming van € 40.000 per jaar heeft in 2017 een premiegrondslag van € 27.968 (€ 40.000 -/- 12.032). Als er elders niets is opgebouwd bedraagt de jaarruimte € 3.860 (0,138 x € 27.968). Als dit bedrag als premie voor een lijfrenteverzekering wordt betaald is deze aftrekbaar voor de inkomstenbelasting.

De reserveringsruimte is de optelsom van niet benutte jaarruimten van de afgelopen zeven jaar. In 2017 is dat het totaal van de jaarruimten van 2010 tot en met 2016 voorzover die niet of niet volledig zijn benut. Het is mogelijk om met betrekking tot deze jaren alsnog lijfrentepremies of stortingen op een lijfrentespaarrekening te betalen die aftrekbaar zijn voor de inkomstenbelasting. De zelfstandig ondernemer die nog helemaal niets voor zijn oude dag opzij heeft gezet zou dus de betaalde premies/stortingen met betrekking tot de jaren 2010 tot en met 2016 in één keer ten laste van zijn inkomen over 2017 kunnen brengen.

Bij een lijfrenteverzekering vindt de uitkering plaats tijdens een vooraf overeengekomen termijn of levenslang, maar deze eindigt in ieder geval bij overlijden van de verzekerde. Het opgebouwde kapitaal komt bij overlijden van de verzekerde toe aan de verzekeringsmaatschappij. Om dit kapitaalverlies te voorkomen kan echter een contraverzekering worden afgesloten.

4. Banksparen
Bij banksparen stort je een spaarbedrag op een geblokkeerde spaarrekening bij een bank. Hiermee bouw je een eindkapitaal op. Banksparen is in korte tijd enorm gestegen in populariteit. De reden hiervoor is de negativiteit omtrent woekerpolissen die de afgelopen jaren aan het licht zijn gekomen. Daarnaast blijkt uit tal van onderzoeken dat banksparen meer oplevert dan lijfrenteverzekeringen. Daarnaast is de rente meestal hoger dan op een gewone spaarrekening doordat het langere tijd vast staat (tot uitkeringsdatum).

Bij een aantoonbaar pensioentekort is ook een storting op een geblokkeerde bankspaarrekening aftrekbaar voor de inkomstenbelasting. Hiervoor geldt dezelfde formules voor jaarruimte en reserveringsruimte als bij een lijfrenteverzekering.

Het verschil tussen een lijfrenteverzekering en banksparen is dat een levenslange lijfrenteverzekering het zogenaamde ‘langlevenrisico’ verzekert. Dit betekent dat de verzekeraar het financiële risico van lang leven draagt. Bij banksparen is een levenslange uitkering niet mogelijk. Er dient altijd een einddatum bepaald te worden. Op het moment dat er geen saldo meer op de rekening staat, wordt er niet meer uitgekeerd. Het langlevenrisico ligt dus bij de ondernemer.

Bij overlijden van de verzekerde in geval van banksparen valt deze in de nalatenschap. Hierbij gaan de uitkeringen gewoon door als de verzekerde overlijdt. De uitkeringen komen dan toe aan de erfgenamen.

5. ZZP Pensioen
In 2015 is het ‘ZZP Pensioen’ geïntroduceerd. Dit is eigenlijk een combinatie van de eerder genoemde lijfrenteverzekering en banksparen. Net als bij een lijfrenteverzekering wordt de inleg gestort op een eigen beleggingsrekening waarmee je kapitaal opbouwt. De inleg is flexibel binnen de fiscale voorwaarden (zie ook de formule bij de lijfrenteverzekering).

Het ZZP Pensioen geldt niet alleen als appeltje voor de dorst als je wilt stoppen met werken. Je kunt het opgebouwde vermogen ook gebruiken als je langdurig arbeidsongeschikt raakt. Bovendien wordt het pensioengeld niet meegenomen in de vermogenstoets als je onverhoopt in de bijstand terechtkomt. Dit zijn dus voordelen ten opzichte van de eerder genoemde mogelijkheden.

Een voordeel ten opzichte van banksparen is dat je hierbij wel kunt kiezen voor een levenslange uitkering. Je krijgt dan een pensioenuitkering totdat je overlijdt. Dan verandert je pensioenuitkering na overlijden in een pensioen voor je partner, mits je dit aangegeven hebt. De levenslange uitkering is wel iets lager dan de tijdelijke uitkering. Dat komt omdat je bij de levenslange uitkering het risico verzekert dat je heel oud wordt. En hiervoor betaal je een risicopremie.

Conclusie
Als zelfstandig ondernemer zijn er nogal wat mogelijkheden om pensioen op te bouwen. De meest geschikte vorm hangt af van je fiscale en financiële situatie en persoonlijke wensen. Maak een afspraak om te bekijken welke keuze in jouw situatie het beste past.