Wat zijn de aangekondigde belastingwijzigingen voor 2022?

1. Introductie scholingsbudget STAP

In 2022 wordt de subsidieregeling Stimulering van de Arbeidsmarktpositie (STAP) geïntroduceerd om mensen te stimuleren zich gedurende hun loopbaan te ontwikkelen. Het kabinet stelt hierbij een STAP-budget beschikbaar voor opleiding en ontwikkeling. De STAP-regeling vervangt de fiscale scholingsaftrek in de inkomstenbelasting die eindigt per 1 januari 2022. Tot 1 januari 2022 is het mogelijk om bij de aangifte inkomstenbelasting scholingskosten af te trekken. Daarna kunnen werkenden en werkzoekenden vanaf 1 maart 2022 een STAP-budget van maximaal € 1.000 aanvragen voor scholing en ontwikkeling.

2. Vrije ruimte werkkostenregeling terug naar 1,7%

Via de werkkostenregeling kan de werkgever onbelaste vergoedingen aan de werknemers verstrekken. Het totale bedrag moet wel onder de vrije ruimte blijven. In 2021 geldt een vrije ruimte van 3% over de eerste € 400.000 van de fiscale loonsom.

Voor 2022 bedraagt de vrije ruimte 1,7% van de eerste € 400.000 van de fiscale loonsom. Boven de € 400.000 geldt in 2022 een vrije ruimte van 1,18%.

3. Onbelaste vergoeding van € 2 per thuiswerkdag

Vanaf 1 januari 2022 kunnen werkgevers maximaal € 2 per volledig of gedeeltelijk thuisgewerkte dag onbelast vergoeden. De werkgever hoeft geen loonheffing te betalen voor deze thuiswerkvergoeding. Ook blijft een onbelaste reiskostenvergoeding voor woon-werkverkeer bestaan. Deze bedraagt maximaal € 0,19 per kilometer.

Let op De werkgever kan per dag óf de thuiswerkkostenvergoeding, óf de reiskostenvergoeding geven. Beide kan niet. Daarnaast kunnen de werknemer en werkgever vaste afspraken maken over het aantal dagen per week waarop de werknemer thuiswerkt. Op basis hiervan kan de werkgever een vaste vergoeding toekennen.

4. Méér winst onder het lage VPB-tarief

De eerste schijf in de vennootschapsbelasting (VPB) wordt per 1 januari 2022 opgerekt, waardoor winsten tot € 395.000 onder het lage tarief van 15% vallen. Nu geldt het lage tarief nog voor winsten tot € 245.000.

Door het verschil in tarief kan het voor sommige concerns voordelig zijn om een fiscale eenheid voor de VPB op te heffen. Voor BV’s in de fiscale eenheid telt de Belastingdienst voor de heffing namelijk alle winsten bij elkaar op. Dat betekent dat de fiscale eenheid maar één keer gebruik kan maken van het lage tarief. Na het opheffen van een fiscale eenheid, kan elke BV afzonderlijk profiteren van het lage tarief.

5. Beperking voorheffing in de VPB

Betaalde dividendbelasting kan door de BV als voorheffing in mindering op de verschuldigde vennootschapsbelasting worden gebracht. Deze mogelijkheid zal worden beperkt. Per 1 januari 2022 zal namelijk de ingehouden voorheffing nog maar terugbetaald worden tot maximaal de verschuldigde vennootschapsbelasting. Hierbij geldt dat in verliessituaties dus geen voorheffing meer wordt terugbetaald. Onverrekende voorheffingen kunnen in latere jaren onder voorwaarden alsnog worden verrekend.

6. Zelfstandigenaftrek omlaag

In 2022 bedraagt de zelfstandigenaftrek € 6.310. Deze wordt tot en met 2027 jaarlijks met € 360 verlaagd, en in 2028 zakt de aftrek met € 390. Vanaf 2029 gaat er dan nog jaarlijks € 110 vanaf, waardoor de aftrek uiteindelijk in 2036 op € 3.240 uitkomt.

7. MIA-percentages verhoogd

Een ondernemer die investeert in milieuvriendelijke technieken kan door gebruik te maken van de milieu-investeringsaftrek (MIA) de fiscale winst verlagen. Het percentage van de MIA-aftrek is onder voorwaarden in 2021 13,5%, 27% en maximaal 36% bij bedragen vanaf € 2.500. Per 1 januari 2022 zullen de MIA-percentages verhoogd worden naar respectievelijk 27%, 36% en 45%.

Om gebruik te maken van de MIA en de EIA (energie-investeringsaftrek) moet je binnen 3 maanden na het aangaan van de verplichting tot aankoop van het bedrijfsmiddel de investering melden bij het RVO.